Zomercafé in Rooise Boerderij: ‘De modder vliegt je om de oren’

Door: Ria Balk

Is er voor de aftrap van het nieuwe BtB-seizoen een mooiere locatie denkbaar dan de Rooise Boerderij? Het bestuur oordeelde van niet en kondigde bovendien direct een spectaculaire opening aan.

“We hebben met de politie afgesproken dat we niet op de straat gaan staan”, waarschuwde voorzitter Arthur Frieser. “Langs de dranghekken mag, maar dan vliegen de graspollen je om de oren. Op de stoep, of om de hoek is waarschijnlijk een slimmere keuze.” Uiteraard kon een groot aantal leden de verleiding toch niet weerstaan. Wie wil er dan ook maar een glimp missen als Tim Coronel in zijn Dakar buggy voorbijstuift? Dat Coronel die aandacht wel waardeerde, bleek al snel. Hij scheerde vlak langs de hekken en liet de modder met liefde over de dranghekken vliegen. Een twintigtal toeschouwers draaide zich massaal even om.

Na luttele minuten was het festijn alweer voorbij, maar de avond was nog jong. Gastheer Jan van de Moosdijk deed het deugd om zoveel bekende gezichten te zien, maar nog meer deugd om ook zoveel onbekende gezichten te zien, want zoals hij aangaf: “de Rooise Boerderij heeft nooit gasten genoeg.” Jan stelde zijn compagnon, Frank Groeneweg, voor als de man die de bordjes bereidt. Samen met de rest van het team profileren zij zich als gastronoom, gemoedelijk en gastvrij. Zijn tip voor de leden: “Nodig je relaties eens uit voor een heerlijke lunch bij de Rooise Boerderij.”

Even later liet Coronel horen dat hij niet alleen goed kan racen, maar ook praten. “Het gaat niet om de snelheid, maar om het avontuur”, gaf hij aan. Zijn liefde voor avontuur vond hij vanuit de racerij, maar ook als ondernemer. Tim: “De Dakar is heftig maar leuk, net zoals het ondernemerschap: Je gaat ervoor, er gebeurt van alles, er gaat ook van alles mis, maar toch ga je weer door.” De gebroeders Coronel zitten nog boordevol plannen. Ze zijn volop bezig met het idee om met een elektrische buggy de Dakar te rijden. Tim: “Ik noem mezelf een pionier en een beetje raar, maar het gaat een keer gebeuren.”